Jubileum kalender
  Harry Stijnen
 
  Naar Drakesteijn
  Tribune
  Landskampioen
 Kuitcorner
 Club van 100
 Leden Club van 100
 Ketien Willemien
 Herrensitzung
 Reünie
 Wieerter Wandeling Wilhelmina
Witte Weekers

Witte Weekers kijkt terug op een voetbalcarrière

“We hebben er twee keer om gespeeld, maar het niet gehaald”

De namen van de spelers van Wilhelmina’08 die in de jaren 1956 – 1963 in de hoofdmacht speelden, doen bij de liefhebbers nog steeds de oogjes glinsteren. Een van de helden in deze ploeg is Jac Weekers, beter bekend als “de Witte Weekers”. Hij werd met Wilhelmina 4 keer kampioen, speelde twee keer om de landstitel, en werd uitverkoren voor het Nederlands amateurelftal. De Trompetter kijkt met de inmiddels 70-jarige Jac Weekers terug op een rijke loopbaan in het blauw-wit. En om maar meteen een misverstand uit de weg te ruimen: dé Witte Weekers is er niet, er waren er namelijk twee.

“Mijn broer Piet was de eerste Witte Weekers, die had ook echt spierwitte haren. Hij voetbalde vanaf de jaren 30 tot in de jaren 50 in het eerste. Toen hij verhuisde naar Geleen, en daar voor Lindenheuvel ging voetballen, kwam mijn tijd. Toen was ík de Witte Weekers, hoewel ik lang zo blond niet was. Piet was 20 jaar ouder dan ik, hij nam me als kind mee naar Wilhelmina, toen ik nog vooral op de Kasteelsingel voetbalde. Zo groeide bij mij het Wilhelmina-gevoel.

“Rond 1954 werd het eerste van Wilhelmina verjongd, langzaam kwam er een nieuwe generatie spelers. Ikzelf kwam er in toen ik 17 was, toen was het elftal een mengeling van oudere spelers zoals Cor Scheepers, en jongelingen zoals Hein Verspagen en Wiel Poell. Ik was tweebenig en kon op alle plekken voorin uit de voeten. Dat was toen iets dat ik mezelf had aangeleerd. Op de Kasteelsingel heb ik geleerd hoe ik een bal moest vasthouden. Daar speelde ik vaak tegen twee of drie anderen, en dan maar proberen zolang mogelijk die bal bij me te houden. Koppen en schieten, rechts en links, heb ik bij ons thuis tegen een muurtje geleerd. Daar spendeerde ik uren. De bal tegen de muur, en als hij terugkwam dwong ik mezelf hem precies op een zakdoek te koppen die ik had neergelegd. Daar ging ik zo lang mee door dat ik klachten kreeg van mijn zuster, die het geluid van die bal tegen de muur niet meer kon verdragen. Door dat jarenlang vol te houden kreeg ik het balgevoel dat me bij Wilhelmina succes heeft gebracht.

“Ik ben heel erg blij dat ik die periode in mijn leven heb meegemaakt. We waren een vriendenploeg, en we hebben veel bereikt. Die kampioenschappen, de wedstrijden, de mensen, het was een mooie tijd. Maar het is allemaal lang geleden, meer dan 40 jaar. Als ik erover praat komen de beelden terug, maar veel details kan ik me niet meer herinneren. Op de een of andere manier heb ik het toch allemaal ergens ver weg in mijn geheugen gestopt. Ik ben met andere dingen bezig geweest, het voetbal is iets van vroeger. Andere spelers laten dat nooit los, worden trainer of zoiets. Ik niet, daar was ik gewoon niet mee bezig.

"Het moment dat me uit al die jaren het meeste is bijgebleven, is natuurlijk een doelpunt, de 2-1 tegen Chevremont in een beruchte wedstrijd in 1963, waarin Willy Brokamp de spits van Chevremont was. Het ging om het kampioenschap, we moesten winnen en er was niet lang meer te spelen. Ik kreeg die bal, de keeper kwam uit zijn doel, maar ik kreeg hem erlangs. Het volgende moment lag iedereen bovenop me, ik kreeg geen adem meer. Ik herinner me dat zo goed, omdat we met z’n allen die wedstrijd zó graag wilden winnen. Als het dan lukt is de ontlading heel groot. De andere kant is dat als het dan niet lukt, de teleurstelling ook erg groot is. Dat was het geval bij de wedstrijden om het Nederlands kampioenschap die daarna volgden. We hebben er twee keer om gespeeld, maar het niet gehaald.
Jac Weekers met Oranje op weg naar Saarbruecken
“In die tijd speelde ik ook in het Nederlands amateurelftal. Natuurlijk ben ik er trots op dat ik dat Oranje shirt heb mogen dragen. We trainden één keer per week in Den Bosch, en de trainer, De Wolff, selecteerde daar zoveel mensen voor dat je dacht, wat moet ik hier eigenlijk. Maar op een gegeven moment kwam hij ook speciaal voor me naar Weert, om me individueel te trainen. Dat vond ik toch wel een eer. Uiteindelijk heb ik toch wel een handvol wedstrijden gespeeld. De trip naar Saarbruecken is me goed bij gebleven, vooral vanwege de hele organisatie. Tot in de puntjes geregeld door de Duitse bond, het gaf je het gevoel met iets speciaals bezig te zijn.”
Het Oranje-shirt uit 1962 past ook de 70-jarige Jac Weekers nog prima


"Het profvoetbal kwam in die tijd op, maar ik heb nooit écht overwogen om dat avontuur aan te gaan. Ik ben wel door PSV gevraagd. Ik heb het niet gedaan omdat ze te veel van me vroegen. Ik moest dan kiezen tussen mijn studie bouwkunde aan de HTS in Eindhoven, en het voetbal. En het was niet zo dat PSV een heleboel geld betaalde. Ik was toen erg bezig met die studie en zag een loopbaan als bouwkundige voor me. Dat plan heb ik in mijn leven uitgevoerd, het profvoetbal was gewoon nog niet aantrekkelijk genoeg om dat op te geven”.

 

 

 

Bussponsor