|
|
Harry Stijnen
Harry Stijnen: boegbeeld van Wilhelmina'08
 |
Voor Wilhelmina waren de jaren 1959 – 1963 de meest succesvolle ooit. Kampioenschappen, wedstrijden om de hoogste eer van Nederland, het kon op Drakesteijn niet op. Vanaf 1964 volgden echter de zeven magere jaren, in 1971 besloten met degradatie naar de tweede klasse. Dat verloren terrein wordt in 1974 weer goed gemaakt met een kampioenschap. Één speler maakte het allemaal mee, van het kampioenschap in 1959 tot en met dat van 1974: Harry Stijnen.
|
Als Harry Stijnen zijn fotoboek open doet, valt zijn oog op de kampioensfoto van 1959. "Dat is het beste elftal waar ik ooit in gespeeld heb", is zijn spontane reactie. "De voorhoede was Toon v.d. Akker, Hein Verspagen, Jan Munnecom, Harry Stijnen en Jac Weekers. Hein Verspagen was niet van de bal te krijgen, en gaf alle balletjes op maat, type Van Hanegem. Ik had het neusje voor de goal, het inzicht. En de Witte, die vloog er altijd volop in. Je speelde diep, en dan ging hij als een trein, dat waren de automatismen. Middenveld Thieu Thielens en Willy Heger. Achterin Jan Hendriks, Toon Vaessen en Jac Luijs. En een fantastische keeper in de goal, Wiel Poell. We waren een vriendenploeg. Op donderdag na de training werd de wedstrijd van zondag al gewonnen. We konden elkaar onder de rust goed de waarheid zeggen als dat nodig was. Met vrienden onder elkaar is dat na de wedstrijd weer vergeten. Als je dan onder de tribune uitkwam voor de tweede helft, dan vrat je het gras op. We waren winnaars.
 "Ik kwam eigenlijk recht uit de jeugd in het eerste. Met de B-jeugd werd ik kampioen en wonnen we de Bisschopsbeker. Dat hele team werd eerst A2, en later het derde seniorenelftal. Na een wedstrijd of vier in dat derde mocht ik mee met het eerste, voor een oefenwedstrijd tegen Tongelre. Eigenlijk moest ik die dag met het derde spelen tegen het tweede van Wilhelmina. De spelersbus van het eerste kwam me 's ochtends compleet onverwacht ophalen. Ik protesteerde nog, die wedstrijd tegen het tweede was voor ons belangrijk, er was behoorlijk wat rivaliteit. Maar natuurlijk ging ik mee. Ik heb daarna nooit meer in het derde gespeeld. Als je de kans krijgt, moet je ze pakken...
"Na de strijd om het landskampioenschap in 1963 ging het langzaamaan minder. Spelers werden ouder, en een paar vertrokken. Wat erbij kwam was kwalitatief minder, en zo kwam Wilhelmina in een mindere periode. Zo gaat dat met grote teams. Ik ben ook vertrokken, naar België, Hamont Lo. Wilhelmina-man Thieu Geybels speelde daar al, ik denk dat ze via hem bij mij kwamen. Toen ik thuis de keuken aan het witten was, stopte er een Belgische auto in de straat. Ze zochten iemand die doelpunten kon maken. Ik zei 'Dan moet je maar verder zoeken, waarom zou ik bij Wilhelmina weg gaan?'. Maar ze kwamen terug, en bleven aanhouden. Ik praatte er eens met Thieu Geybels over, en toen bleek dat ze toch wel een goede ploeg hadden. Uiteindelijk ben ik het avontuur aangegaan. En het waren mooie jaren, de supporters gingen daar altijd prachtig tekeer, en ik heb er veel vrienden aan overgehouden. Maar bij het 60-jarig bestaan van Wilhelmina hebben ze me weer omgepraat, ben ik teruggekomen. Ik ben toch Wilhelmina-man.
 "Drie jaar later die degradatie, ook dat heb ik meegemaakt. We hadden kwalitatief niet zo'n goed elftal, en het zat allemaal tegen. Dat is altijd zo, als je onderaan staat zit het tegen, sta je bovenaan dan heb je geluk. Op een gegeven moment wordt de sfeer in het elftal dan ook slecht, spelers gaan elkaar verwijten maken. Dus we vlogen eruit. Drie jaar hebben we toen in de tweede klasse gespeeld. Maar je had toen geen Hoofdklasse, de eerste klasse was het hoogst haalbare. Nu zeg ik, bij het 100-jarig bestaan, Wilhelmina moet minimaal eerste klasse spelen, de tweede klasse is eigenlijk onwaardig voor deze club. Daarom hoop ik ook op een nieuw kampioenschap, ons huidige elftal zou dat moeten kunnen. Maar dan moeten ze een hele wedstrijd constant goed kunnen voetballen. Ze hebben nu nog te veel periodes dat het niet goed draait, vooral na de rust. Waar dat aan ligt kan ik niet zeggen. Misschien een kwestie van conditie? Je moet toch je rondjes lopen op die training. Als je in de wedstrijd moe begint te worden is het goed voetballen over. En wedstrijdmentaliteit, die is ook belangrijk. Maar ja, dan ben ik toch weer terug bij de generatie 1960.
 "In 1974 kwam Wilhelmina terug op het hoogste plan, met een kampioenschap, mijn laatste feest met het eerste elftal. Daarna brak het tijdperk Rayer aan. Ik heb één seizoen onder hem gespeeld, toen was ik 36, en was het tijd om afscheid te nemen. Ik was eigenlijk al gestopt, maar ik liet me overhalen om nog mee te doen tegen Feyenoord, een oefenwedstrijd aan het begin van het seizoen. Na de wedstrijd vertelde Theo de Jong me dat Van Hanegem mij niet meer durfde aan te vallen, omdat ik hem als laatste man steeds uitspeelde. Die dure profs dachten 'die amateurs, die schieten de bal blind weg', maar zo'n voetballer was ik niet. Ik deed net of ik die bal hard weg ging schoppen, maar dan kapte ik mijn tegenstander uit. Zo truukte ik ze een paar keer. Theo de Jong had daar heel veel plezier in. Tegen MVV had ik daarna mijn afscheidswedstrijd.
 "Toen mijn zoon Sil in het eerste kwam, was ik natuurlijk trots. Ook een linkspoot, met een goede trap. Een grote kerel, daar is het moeilijk tegen voetballen, dat weet ik uit ervaring. Als spits heb je niet graag zo'n beer van een vent in je nek hangen. Hij had eigenlijk veel langer in het eerste moeten voetballen. Maar hij had het als Weerter jongen moeilijk, omdat Wilhelmina veel spelers van buiten haalde, en is op een gegeven moment gewoon lager gaan spelen. Ik heb er achteraf wel spijt van dat ik toen niet meer op hem heb ingepraat, om hem voor het eerste te behouden. En nu dan de derde generatie. De drie zoons van Sil voetballen alledrie. En de zoon van mijn dochter, Nick Bronzwaer, speelt als middenvelder bij Helmond Sport. Sil en ik hebben allebei al vanaf dat hij heel jong was het idee dat hij het gaat maken. Op 17-jarige leeft heeft hij een zware knieblessure gehad. Dat was een lange revalidatie, maar hij is terug gekomen. Nu voetbalt hij in Jong Helmond Sport, en mag hij aan het eerste ruiken, hij is al met ze op trainingskamp geweest. Hij moet nu wedstrijden spelen en ervaring op doen, zorgen dat hij ook als het eens wat minder gaat, zich omhoog weet te knokken."
|
|